1
De man van mijn dromen…
is geen topsporter
Sam LeClaire zag er goed uit, al was hij een klootzak. Dat vond iedereen, van sportcommentatoren tot sportmoeders.
Het meisje dat in zijn lakens was gewikkeld dacht er ook zo over. Al was ze niet echt een meisje meer. Ze was een vrouw.
‘Ik snap niet waarom ik niet mee mag.’
Sam keek op van de blauwgestreepte das die hij aan het knopen was, en keek via de spiegel naar het supermodel in zijn bed. Ze heette voluit Veronica del Toro, maar iedereen kende alleen haar voornaam. Net als bij Tyra en Heidi en Gisele.
‘Omdat ik niet wist dat je in de stad was,’ legde hij voor de tiende keer uit. ‘Zomaar een gast meenemen naar deze trouwerij zou nogal brutaal zijn.’ Maar dat was niet de werkelijke reden.
‘Maar ik ben Veronica.’
Dat was het dus. De werkelijke reden. Ze was niet alleen brutaal, maar nog arrogant ook. Hij kon ook brutaal en arrogant zijn, maar in weerwil van de verhalen die over hem de ronde deden, wist hij wel hoe hij zich moest gedragen.
‘Ik zal niet zo veel eten.’
Zeg maar gerust: helemaal niets. Dat was een van de dingen die hem ergerden aan Veronica. Ze at niets. Ze bestelde van alles te eten, alsof ze berehonger had, maar zat er alleen maar mee te spelen.
Sam schoof de knoop naar boven en hield zijn kin omhoog om een van zijn boordpunten vast te maken. ‘Ik heb al een taxi voor je gebeld.’ In de spiegel zag hij dat Veronica opstond en op hem af kwam lopen. Ze bewoog zich over zijn vloerbedekking alsof ze op de catwalk liep. Een en al lang been, grote borsten, die amper bewogen als ze liep.
‘Wanneer ben je weer terug?’ vroeg ze, terwijl ze haar armen om zijn middel sloeg. Ze liet haar kin op zijn schouder rusten en keek hem aan met haar donkerbruine ogen.
‘Laat.’ Hij hield zijn hoofd schuin de andere kant op om de tweede boordpunt vast te maken. Tegelijkertijd keek hij naar de grote Stanley Cup-kampioensring op zijn dressoir. De wit- en geelgouden ring was bezet met 160 diamanten, smaragden en saffieren, die bovenop het clublogo vormden. Aan de ene kant van het logo stond ‘Stanley Cup’ en het jaartal gegraveerd, en aan de andere kant zijn naam en rugnummer. Hij had hem tevoorschijn gehaald om aan Veronica te laten zien, maar was niet van plan hem aan te doen. Zelfs als hij een man was die sieraden droeg – en dat was hij niet – dan zou de enorme ring de ringvinger aan zijn rechterhand tot aan de knokkel omvatten, en dat was te veel van het goede. Zelfs als je een man was die daarvan hield.
‘Hoe laat?’
Via de spiegel keek hij naar de klok op zijn nachtkastje. Het was al halfzeven en de bruiloft begon om zeven uur. Hij had eigenlijk helemaal geen tijd voor Veronica. Maar ze was niet zo vaak in de stad, en ze had hem een vluggertje beloofd. Hij had beter moeten weten. Veronica kon nooit iets snel doen. ‘Heel erg laat. Wanneer moet je weer weg?’
‘Morgenochtend.’ Ze zuchtte en gleed met haar handen via zijn overhemd naar zijn gespierde borstkas. ‘Ik kan hier op je wachten.’
Hij draaide zich om en haar handen verplaatsten zich naar beneden. ‘Ik weet niet wanneer ik terugkom. Het kan wel een tijdje duren.’ Al twijfelde hij daaraan, omdat het nog maar vijf dagen was voor de openingswedstrijd van het seizoen. Hij streek haar zwarte lokken achter haar schouder. ‘Bel me maar als je weer in Seattle bent.’
‘Dat kan nog maanden duren en dan ben je alweer de hele tijd onderweg om ijshockey te spelen.’ Ze liet haar handen vallen en liep weer naar het bed.
Hij bestudeerde haar magere billen, terwijl ze in haar stringetje stapte. Er waren veel leuke dingen aan Veronica. Haar gezicht. Haar lichaam. Het feit dat ze oppervlakkig was en er geen moeilijke gedachten schuilgingen in haar mooie koppetje. Er was niets mis met oppervlakkigheid en het uit de weg gaan van diepzinnige gedachten. Dat maakte het leven makkelijker. ‘We kunnen elkaar altijd een keer onderweg ontmoeten.’
‘Dat kan.’ Ze pakte een rood T-shirt en trok het over haar hoofd voordat ze een spijkerbroek aantrok. ‘Maar tegen die tijd ben je al gehavend.’
Hij grinnikte. ‘Klopt.’ Hij pakte zijn nette jasje en liet zijn armen erin glijden. Het vorige seizoen had hij haar ontmoet toen hij in Pittsburgh moest spelen. Op die avond, tegen de Penguins, had hij een goal gemaakt, vier minuten op de bank doorgebracht vanwege een dubbele fout en zijn eerste harde tik op zijn oog van het seizoen gekregen. Misschien zou ze hem dit jaar ook al geen geluk brengen. Hij pakte zijn portemonnee en schoof deze in de achterzak van zijn kaki broek.
‘Het vorige seizoen was je hele gezicht een puinhoop,’ zei Veronica, terwijl ze haar voeten in pumps met vijftien centimeter hoge hakken stak.
Zo erg was het nou ook weer niet geweest. Maar een paar hechtingen en blauwe plekken. Hij had er wel eens erger uitgezien in zijn zestienjarige carrière in de nhl.
‘Je zou fotomodel moeten worden.’
‘Nee, dank je.’ Een paar jaar geleden had hij een ondergoedreclame gedaan, voor Diesel, en hij had het verschrikkelijk saai gevonden. Hij had bijna de hele dag met zijn witte onderbroek op een stoel doorgebracht, terwijl de crew alles klaarzette voor de shoot. Het resultaat was te zien geweest op enorme billboards en in tijdschriften. Het leek wel of alles er gewoon uit viel en ook alsof hij enorm groot geschapen was. De mannen in het team hadden hem er eindeloos mee gepest en zijn moeder durfde bijna haar kerk niet meer in. Daarna had hij besloten het modellenwerk over te laten aan kerels die dat soort aandacht heerlijk vonden. Kerels zoals Beckham bijvoorbeeld.
Veronica en hij verlieten samen de slaapkamer van zijn appartement. In het open interieur met de grote ramen vormden de leren meubels donkere schaduwen, terwijl de ondergaande zon vage patronen wierp op de houten vloer.
Sam hield de deur open voor Veronica, liep er vervolgens zelf doorheen en sloot hem af. Ze liepen de gang door en zijn gedachten gingen naar de wedstrijd die ze in minder dan een week tegen San José moesten spelen. De San José Sharks waren vorig jaar tijdens de eerste ronde van de play-offs al uitgeschakeld. Maar dat wilde niet automatisch zeggen dat de Chinooks de eerste wedstrijd van het seizoen zouden winnen. Helemaal niet zelfs. De Sharks zouden extra gretig zijn en sommigen van de Chinooks hadden iets te hard gefeest tijdens de zomerstop. Sam had ook wat feestjes afgelopen, maar hij was niet veel aangekomen en zijn lever deed het nog uitstekend. Johan en Logan daarentegen hadden allebei vijf kilo extra om hun middel mee te torsen. En Vlad was aan het drinken geslagen als een matroos met verlof. De organisatie had zojuist bepaald dat Walker Brooks de aanvoerder zou zijn. Dat was geen schokkend bericht. Walker was de afgelopen jaren al viceaanvoerder geweest.
‘Ik ben dol op bruiloften,’ zuchtte Veronica toen ze naar de lift liepen.
Iedereen had gedacht dat het Alexander Devereaux zou worden, maar daarover was niets gezegd. Ze hadden zelfs geprobeerd om Sam viceaanvoerder te maken, maar die had daar een stokje voor gestoken. Sam was niet de meest verantwoordelijke persoon, en dat vond hij prima.
De deuren van de lift gingen open en ze stapten naar binnen. ‘Jij niet?’
‘Wat?’ Hij drukte op de knop naar de lobby.
‘Of jij niet dol bent op bruiloften.’
‘Niet speciaal.’ Bruiloften waren ongeveer net zo leuk als op de strafbank zitten.
Ze zwegen terwijl de lift naar beneden afdaalde. Sam legde zijn hand op Veronica’s onderrug terwijl ze door de lobby liepen. De twee zware schuifdeuren van rvs en glas gingen open en daar stond een taxi te wachten.
Hij gaf haar een kus ten afscheid. ‘Bel me als je weer in de stad bent. Ik zie je graag weer,’ zei hij terwijl hij de deur van de taxi achter haar dichtdeed.
De skyline van de stad aan de westkust van de VS ging verscholen onder laaghangende bewolking. Sam begaf zich naar de hoek van de straat en liep de twee blokken richting Fourth Avenue, waar de Rainier Club was gelegen. Stadsgeluiden echoden tegen de hoogbouw in het centrum van Seattle en hij bestudeerde al lopende zijn spiegelbeeld in de etalageruiten om hem heen. Een briesje tilde een van zijn revers op en woei een blonde lok over zijn voorhoofd. Hij ging met zijn hand langs zijn blazer en knoopte hem dicht. Het was fris in de avondlucht.
Hij had al zijn aandacht nodig om te manoeuvreren over het drukke trottoir en kreeg na een paar honderd meter de oude, exclusieve Rainier Club in beeld, met de statige bakstenen gevel en het keurige gazon ervoor. Het geheel straalde oud geld uit. Terwijl hij verder liep, voelde hij dat hij werd nagekeken. Een aantal mensen riep zelfs zijn naam. Hij stak zijn hand op bij wijze van groet, maar bleef doorlopen. Dat mensen hem voortdurend herkenden was nieuw voor hem. Natuurlijk had hij fans. Vele zelfs. Mensen die zijn loopbaan volgden en shirts droegen met zijn naam erop. Sinds ze afgelopen juli de Stanley Cup hadden gewonnen, was hij nog bekender geworden, en dat vond hij prima. Fans wilden gewoon een handdruk of een handtekening en dat was juist leuk.
Halverwege het blok stak hij over. Het leven had Sam goed bedeeld. In het afgelopen seizoen hadden de Seattle Chinooks de Stanley Cup gewonnen en zijn naam was nu voor altijd verbonden met deze prijs, die de belangrijkste was in de ijshockeywereld. Bij de herinnering aan de ereronde die hij had geschaatst met de Cup boven zijn hoofd verscheen er weer een glimlach om zijn mond.
Het ging geweldig goed met zijn loopbaan. Met bloed, zweet en hard werken had hij alle doelen bereikt die hij had willen bereiken. Hij had meer geld dan hij ooit gedacht had te zullen verdienen in zijn leven. En hij vond het heerlijk het uit te geven aan mooie huizen, dure pakken, voortreffelijke vrouwen en nog voortreffelijker wijnen.
Nu was hij aangekomen bij de zwarte baldakijn van de Rainier Club. De conciërge groette hem. Ook met zijn privéleven was niets mis. Hij had geen speciale vrouw in zijn leven of zo, maar dat vond hij prima. De vrouwen waren dol op hem en hij was dol op hen. Misschien af en toe iets té.
Binnen in de exclusieve club was het zo benauwd, dat hij zin kreeg zijn schoenen uit te trekken. Net als toen hij een kind was en zijn moeder nieuwe vloerbedekking had laten leggen. Een paar van zijn teamgenoten stonden er onder aan de trap wat ongemakkelijk bij, ook al staken ze strak in het pak en waren ze zongebruind. Binnen een paar maanden zouden sommigen van hen een blauw oog hebben en hier en daar een hechting.
‘Leuk dat je er bent,’ zei aanvaller Daniel Holstrom toen hij op ze af liep.
Hij hoorde harpmuziek, boven aan de trap. Sam schoof zijn manchet omhoog en keek op zijn tag Heuer. ‘Nog tien minuten. Waar wachten jullie op?’
‘Vlad en Logan zijn er nog niet,’ antwoordde goalkeeper Marty Darche.
‘Is Savage er wel?’ vroeg Sam, duidend op de bruidegom en tevens de vorige aanvoerder van de Chinooks, Ty Savage.
‘Ik heb hem tien minuten geleden nog gezien,’ zei Daniel. ‘Voor het eerst dat ik hem zag transpireren zonder dat hij op het ijs staat. Hij is vast bang dat de bruid bij haar positieven komt en gevlucht is naar Canada.’
Marty liet zijn stem wat dalen. ‘Er zijn boven maar liefst vier playmates.’
Dat was niet opzienbarend, aangezien de bruid niet alleen eigenaar was van de Seattle Chinooks, maar ook Playmate van het Jaar was geweest. ‘Zal wel een goed feestje worden dan,’ zei Sam lachend, toen hij vanuit een ooghoek een glanzende paardenstaart met koperkleurig haar en een perfect profiel zag. Hij draaide zich om en de lach bevroor op zijn gezicht. Alles in hem werd stil, terwijl hij met zijn blik de vrouw met de paardenstaart volgde, die de hal overstak en naar de entree liep. Ze had een headset op en praatte in het microfoontje voor haar mond. Ze droeg een zwart truitje en aan haar heup hing een zender. Sam fronste zijn wenkbrauwen en hij voelde de spanning opkomen in zijn buik. Als er één vrouw op de aarde was die niet dol op hem was, sterker nog: die hem háátte, dan was het wel de vrouw die nu door de voordeur verdween.
Daniel legde een hand op zijn schouder. ‘Hé, Sam, is dat niet jouw vrouw?’
‘Heb jij een vrouw?’ Marty draaide zich om.
‘Ex-vrouw.’ Hij voelde het maagzuur zich een weg naar boven banen.
‘Ik wist niet dat je ooit getrouwd bent geweest.’
Daniel lachte, alsof hij dat ontzettend grappig vond.
Sam wierp Daniel een vernietigende blik toe. Maar hierom moest de man van de rechtervleugel alleen maar harder lachen. Al opende hij tenminste niet zijn snuit om allerlei nare details te verkondigen over Sams reis naar Las Vegas en de kitscherige trouwerij die daar had plaatsgevonden.
Hij keek nog een paar seconden naar de hoofdingang van de club, voor ze de trap op gingen. Ze heette Autumn, en ze was even grillig als het seizoen waarnaar ze genoemd was. De ene dag kon ze aangenaam warm zijn, de volgende zo koud dat je ballen eraf vroren.
Ze kwamen aan op de eerste verdieping, waar de harpiste zat die de zachte klanken produceerde. Sam hield niet van verrassingen. Hij hield er niet van als er iets onverwachts gebeurde. Hij vond het prettiger te weten uit welke hoek de klappen zouden vallen, zodat hij zich kon voorbereiden.
Hij liep een gangetje door, waar hier en daar wat gasten stonden. Hij had er niet op gerekend Autumn die avond te zullen zien, maar bedacht dat het niet erg verbazingwekkend was. Ze was tenslotte een weddingplanner, of, zoals ze zelf zei, een ‘event manager’. Maar wat was het verschil eigenlijk? Bruiloft of evenement; het draaide allemaal om hetzelfde. Maar typisch Autumn dat ze daar zo’n heisa van maakte.
‘Wilt u het gastenboek tekenen?’ vroeg een vrouw achter een ronde tafel. Sam was niet het soort man die iets tekende zonder zijn advocaat te consulteren, maar de vrouw met de grote bruine ogen glimlachte hem toe en dus liep hij op haar af. Ze droeg iets roods, wat strak om haar boezem spande, en had een glinsterend diadeem in haar donkere lokken.
Sam hield erg van strakke, glinsterende zaken en daarom glimlachte hij terug. ‘Tuurlijk.’ Ze gaf hem een pen waaraan een idioot grote witte veer was bevestigd. ‘Leuk diadeem.’
Ze tastte in haar haren en leek te blozen, alsof ze niet gewend was complimentjes in ontvangst te nemen. ‘Steek je soms de draak met me?’
‘Nee hoor. Het staat je goed.’
‘Dank je.’
Hij boog zich voorover en veegde met zijn das over het witte tafellaken. ‘Ben je familie van de bruid of van de bruidegom?’
‘Van geen van beiden. Ik werk voor Haven Event Management.’
Zijn gezicht verstrakte. Dat betekende dat ze voor Autumn werkte. Autumn Haven. Waar haar roepnaam haar goed paste, was haar achternaam totaal in tegenspraak met het gevoel dat ze bij hem opriep. Ze was in geen geval zijn veilige haven.
‘Werk ze,’ zei Sam en hij gaf de pen terug. Hij liep verder naar de grote zaal, waar iemand hem zijn plaats wees, vrij dicht bij het altaar. Hij moest over een rode loper die was bezaaid met witte rozenblaadjes. De meeste stoelen waren al bezet, met een verzameling ijshockeyers en hun vrouwen of vriendinnen. Hij zag de tweeling Ross, Bo en Chelsea, gezeten tussen de voormalige aanvoerder, Mark Bressler, en de assistent van de bruid, Jules Garcia. De zussen werkten in allerlei hoedanigheden voor de organisatie en stonden bekend als de onderbaas en de zetbaas, vanwege hun pittige karakters.
Hij zat naast collega Frankie Kawczynski. Voor in de zaal stond een man in een blauw pak met een bijbel in zijn handen voor een enorme open haard die was versierd met een slinger van rode rozen en witte bloemen. De man was vast een priester, of een ambtenaar of zoiets. Hij was in elk geval zeker geen Elvis-imitator, zoals bij zijn eigen fophuwelijk.
‘Ha, Sam. Zijn Daniel en Marty nog steeds beneden?’
‘Ja.’ Sam keek op zijn horloge. Ze zouden nu vaart moeten maken, anders werden ze ingehaald door de bruid. Dit was zo’n gebeurtenis waar het hele team op tijd moest zijn; de trouwerij verpesten van Faith Duffy, eigenaresse van de Seattle Chinooks, was geen optie. Als dat wel zo was, dan had hij hier niet gezeten, in zijn mooie pak en turend op zijn horloge, wachtend tot de plechtigheid zou beginnen. Hij zag er nu al tegen op zijn ex-vrouw tegen te komen.
De bescheiden harpmuziek ging over in een of ander huwelijksdeuntje en Sam keek over zijn schouder naar de vrouw die de zaal binnen kwam. Ze was de moeder van de bruid. Normaal gesproken droeg ze kleding die strak om haar volle lichaam zat en sieraden die je van verre tegemoet fonkelden. Maar nu droeg ze een eenvoudig rood jurkje en had ze als accessoires alleen een klein boeketje en haar witte schoothondje bij zich. Voor de gelegenheid droeg het dier een strik om zijn nek, die mooi kleurde bij zijn gelakte nageltjes.
Ty Savage en zijn vader, Pavel, liepen achter de moeder van de bruid naar binnen. Zowel vader als zoon waren een legende op het ijs en iedereen die een beetje geïnteresseerd was in de sport kende de naam Savage. Sam was opgegroeid met beelden van Pavel Savage, die nog ijshockey speelde in de tijd voordat men helmen moest dragen en er regels waren om het vechten tegen te gaan. Daarna had hij zowel met als tegen Ty gespeeld, die zonder enige twijfel de beste sportman was die ooit een paar ijshockeyschaatsen had ondergebonden. Beide mannen droegen een zwarte smoking en heel even kreeg Sam een flashback van zijn eigen trouwen. In plaats van een smoking had hij destijds een T-shirt van Chers Believe-tour gedragen en een spijkerbroek. Hij wist niet waarvoor hij zich meer schaamde, voor die trouwerij of voor dat shirt.
Ty en Pavel namen plaats naast de moeder van de bruid, vlak voor de open haard. Ty zag er rustig uit. Niet nerveus of doodsbenauwd. Sam nam aan dat hij zich tijdens zijn eigen bruiloft ook redelijk kalm had gedragen. Hij was natuurlijk wel stomdronken geweest. Dat was tenminste de enige verklaring die hij kon bedenken voor die stommiteit. Bang was hij echter pas de volgende ochtend geworden. Maar hij dacht het liefst helemaal niet terug aan zijn huwelijk, dat was gesloten onder de invloed van te veel drank. Daarom stopte hij de gedachte weg, achter slot en grendel. Daar waar hij meer onplezierige herinneringen en ongewenste gevoelens bewaarde.
Nu klonk de Bruiloftsmars door de speakers en iedereen ging staan. De bruid schreed in haar eentje de zaal binnen. Faith Duffy was een van de mooiste vrouwen op de hele wereld. Lang, blond en met een prachtig gezicht, net een barbiepop. Perfecte borsten. Ze was Playmate van het Jaar geweest en de meeste aanwezige mannen hadden haar met alleen maar nietjes in de buik gezien.
Ze droeg een strakke witte jurk die haar van haar nek tot haar knieën omsloot. Door de sluier op Faiths hoofd heen ving hij een glimp op van Autumn, die voorzichtig de ruimte binnensloop. De laatste keer dat hij haar had gezien, had ze hem onvolwassen en zelfzuchtig genoemd. Ze had gezegd dat hij een onverantwoordelijke hond was en daarna had ze hem toegevoegd dat hij net als een hond altijd toegaf aan zijn natuurlijke driften. Maar dat was natuurlijk niet waar. Hij gaf niet altijd toe. Dus had hij zijn geduld met haar verloren en haar een bekrompen, frigide feeks genoemd. En dat was wél waar, maar dat was niet het ergste geweest. Nee, het ergste was de blik in de ogen van hun zoon Conner, die ineens boven de bank uitstaken. De doodsangst straalde uit de blauwe kijkers van het driejarige jongetje. Na die avond besloten ze gezamenlijk dat het beter was als ze zich niet meer tegelijkertijd in één ruimte zouden bevinden. Dit was voor het eerst dat hij in hetzelfde gebouw was als Autumn in… hoeveel jaar? Twee misschien?
Twintig maanden, twee weken en drie dagen. Zo lang was het geleden dat Autumn de pech had gehad zich in dezelfde ruimte te bevinden als de grootste eikel op aarde. Nou, misschien niet op aarde, maar toch minstens aan de westkust van Amerika. En daar woonden een boel eikels.
Ze stond achter in de Cutter Room van de Rainier Club, met haar blik gericht op de bruid, die haar boeket met witte pioenrozen, hortensia’s en dieprode rozen net aan haar moeder overhandigde. Faith ging tegenover de bruidegom staan en deze pakte haar hand vast. Daarna bracht hij haar hand omhoog en kuste haar vingers, iets wat niet in het script stond. Autumn had in de afgelopen jaren veel bruiloften gepland. Zoveel dat ze goed kon inschatten of het paar het lang met elkaar zou uithouden of niet. Dat kon ze zien aan de manier waarop ze over elkaar spraken en elkaar aanraakten. En aan de wijze waarop ze omgingen met de stress van het organiseren van een huwelijk. Zo wist ze dat Ty en Faith een lang en gelukkig huwelijk zouden beleven.
Toen iedereen weer zat en de plechtigheid begon, daalde Autumns blik af naar het beginnende buikje van de bruid. Een paar weken geleden had ze een telefoontje gekregen van de bruid, met het verzoek de champagne op de tafel van de bruid en bruidegom te vervangen door cider. Met drie maanden was de zwangerschap nog amper zichtbaar. De bruid was een van die gelukkigen die ervan gingen stralen.
Dat had Autumn niet. Zij kreeg haar spijkerbroek al niet meer dicht in de derde maand en ze was al kotsmisselijk voordat ze überhaupt wist dat ze zwanger was. En anders dan bij Faith Duffy was er geen man in haar leven geweest die haar vingers kuste, laat staan een die haar zich geliefd en veilig deed voelen. In plaats daarvan was ze alleen geweest en ziek en bezig met een scheiding.
Zonder bewust naar Sam te kijken, wist ze precies waar hij zat. Ze voelde dat hij zijn brede schouders spande in zijn dure jasje en herkende de glinsteringen van de kroonluchter in zijn blonde haar. Toen ze de ruimte binnen was geslopen, had ze niet eens hoeven zoeken om te weten dat hij op de vierde rij zat. Dat wist ze gewoon. Er kwam een spanningshoofdpijn opzetten in haar slapen. Maar helaas was er geen medicijn voorhanden om Sam LeClaire te doen verdwijnen.
Ze tikte met haar vinger op de map die ze bij zich had. Ze had natuurlijk geweten dat Sam er zou zijn. Ze had ervoor gezorgd dat de uitnodigingen werden verstuurd en alle r.s.v.p.’s waren ontvangen. Ze had samen met de bruid gekeken naar de placering voor het diner en had Sam, samen met drie andere ongebonden teamgenoten – en een stel rondborstige playmates – aan tafel 7 geplaatst.
Ze beet op haar onderlip. Dat vond hij vast geweldig.
Autumns oortje zoemde en ze draaide het volume omlaag want Faith en Ty spraken net hun beloftes uit. De ceremonie was kort maar krachtig en toen de bruidegom zijn bruid beetpakte, wachtte Autumn af. Al had ze nog zoveel bruiloften georganiseerd de afgelopen jaren, al wist ze van tevoren of een huwelijk kans van slagen had, toch bleef ze wachten op dé kus. Ze was niet zo’n romantische vrouw, maar dat wilde ze wel meemaken. Dat korte magische moment, vlak voor de kus die het huwelijk tussen man en vrouw zou bezegelen.
De lippen van Ty en Faith raakten elkaar en Autumn voelde een klein vlindertje in haar buik. Ze smolt. Ze kende de statistieken, wist hoe haar eigen scheiding haar had getraumatiseerd, hoorde het cynische stemmetje in haar hoofd hard lachen, maar toch smolt ze gewoon bij het idee van ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’.
Na al die tijd.
Autumn wierp een vluchtige blik op Sams blonde achterhoofd. De hoofdpijn klopte achter haar slapen en deed haar rechteroog tranen. Ze verliet de zaal. Ze had Sam heel lang gehaat, met een verzengende passie. Maar zo’n alles verterende haat kostte haar te veel energie. Na die laatste ruzie had ze dus besloten om haar boosheid te laten varen. Was het niet voor haar zoon, dan toch voor haar eigen gezondheid. Dus liet ze ook haar haat varen. Dat betekende tevens dat ze haar favoriete fantasie moest opgeven. Die ene waarin haar voet, zijn ballen en een enorme vuistslag tegen zijn knappe kaak een hoofdrol speelden.
Ze had nooit gefantaseerd over Sams dood, of verschrikkelijke verminkingen. Geen fantasie gehad waarin Sam werd overreden door een stoomwals of enorme truck met oplegger. Nee, zo gewelddadig was ze niet. Conner had een vader nodig, ook al was het een eikel. Dus had ze niet verder gefantaseerd dan dat ze haar voet in zijn kruis zou planten. Ze was gewoon geen gewelddadig persoon.
Haar haat laten varen was niet makkelijk geweest. Vooral als hij plannen had met Conner en deze vervolgens afblies. Of als het zijn weekend was en hij onverwachts wegging met vrienden en zo Conner verdrietig maakte. Ze had er hard aan moeten werken om haar woede te verdrijven en was nogal succesvol geweest in het wegdrukken van haar gevoelens. Maar ja, ze had Sam al zo lang niet gezien; in geen twintig maanden, twee weken en drie dagen. En nu bevond hij zich hier, in levenden lijve.
Autumn liep de gang in, het applaus achter zich latend, op weg naar de Cascadezaal. Daar liep ze tussen de twintig ronde tafels door, gedekt met witte tafellakens en rode servetten op Wedgwood-servies. Het licht van de kandelaren met de sierlijke kaarsen glinsterde in de kristallen glazen en het zilveren bestek.
De eerste keer dat ze Faith ontmoette, had de aanstaande bruid duidelijk gemaakt dat ze van klassieke elegantie hield. Ze wilde graag mooie bloemen, schitterend gedekte tafels en heerlijk eten voor haar gasten. Dat Faith geen themabruiloft wilde, was geen probleem, en ze was al snel Autumns favoriete bruid geworden.
Een bruid met goede smaak en een goed gevulde beurs. De enige moeilijkheid was het gebrek aan tijd geweest. Meestal namen de voorbereidingen voor trouwerijen zo’n acht maanden in beslag. Faith wilde alles geregeld hebben in drie maanden. Nu ze om zich heen de tafelstukken zag met de verschillende rozen en pioenen en witte kamperfoelie, was Autumn er trots op dat zij dat met haar medewerkers voor elkaar had gekregen. Het enige wat nog ontbrak om het een perfect huwelijk te maken, was Faiths toestemming om hun trouwfoto’s op de voorpagina’s van alle kranten te laten publiceren. Het huwelijk van Ty Savage, die was gestopt met ijshockey om te kunnen trouwen met een ex-playmate die inmiddels eigenaar was van zijn hockeyteam, was groot nieuws. Vooral binnen de sportwereld. Het zou precies de gratis reclame zijn waar Autumn van kon profiteren. Het soort reclame dat haar zaak net een extra zetje kon geven. Een buitenkansje. Maar Faith wilde helemaal geen publiciteit. Ze wilde haar huwelijk juist privé houden. Geen foto’s naar buiten brengen.
Autumn sprak in het microfoontje voor haar mond om een seintje te geven. Het bedienend personeel van de cateraar, gekleed in smoking, kwam in rijen de trap af, vanuit de keuken, die een verdieping hoger lag. Allen met bladen vol flûtes met Moët et Chandon en lekkere hapjes. Ze liepen de gang in en mengden zich onder de bruiloftsgasten.
Door de open deur zag Autumn dat de fotograaf en zijn assistent op zoek waren naar veelzeggende en onthullende plaatjes. Fletcher Corbin was lang en mager, met een even mager paardenstaartje. Hij was een van de beste fotografen en Autumn huurde hem altijd in, als hij tenminste een gaatje had en het bruidspaar het kon betalen. Ze werkte graag met hem, omdat ze hem niet hoefde te vertellen wat voor foto’s hij moest maken. Dat maakte het prettig werken met Fletcher, en overigens ook met de andere freelancers van deze klus. Zij wisten waar ze mee bezig waren, pasten zich aan en voegden zich naar de wensen van het bruidspaar.
Dat stond inmiddels in het midden van de grote zaal en werd omringd door hun gasten. Autumn schoof de mouw van haar keurige zwarte truitje opzij. Ze had het gevonden in een van haar favoriete vintage boetiekjes, in het hart van Seattle. De pailletten om de boord gaven het net iets extra’s. Voor veertig dollar was het een koopje geweest. Ze keek op de wijzerplaat van het horloge aan de binnenkant van haar pols. Ze droeg de wijzerplaat als ze aan het werk was naar binnen om ervoor te zorgen dat het glas niet beschadigd raakte. Dit horloge, met zijn grote wijzerplaat en brede band, had ze nu een jaar of vijf, om meer dan één praktische reden.
Ze liepen vijf minuten achter op schema. Niet slecht, maar ze wist uit ervaring dat het zomaar tien minuten konden worden. En werden het er twintig, dan zou ze problemen krijgen met de keuken.
Ze drukte op de knop van de zender aan haar heup en liep naar de andere kant van de zaal. Ze schoof haar map onder een arm en keek naar de fles perencider in de ijsemmer op de buffettafel.
‘Zeg het maar,’ zei haar assistente, Shiloh Turner, door de headset.
‘Waar zit je?’ Ze haalde de goudkleurige folie van de flessenhals en pakte hem vast.
‘In de Cutterzaal.’
‘Zijn er nog achterblijvers?’
‘De getuige van de bruid en die van de bruidegom staan te flirten bij de schouw. Het ziet er niet naar uit dat ze haast hebben.’
Al vanaf de dag dat de moeder van de bruid erop had gestaan dat haar kleine pesthondje bij de ceremonie aanwezig zou zijn, wist ze dat die vrouw voor problemen zou zorgen. Gisteravond, toen ze repetitie hadden, kwam de moeder opdraven in een knalroze stretchjurk en torenhoge hakken, wat Autumns vermoedens bevestigde. ‘Geef ze nog een paar minuten en zorg er dan voor dat ze hiernaartoe komen.’ Ze duwde tegen de kurk tot deze met een zacht geluid uit de hals kwam.
Sissend kwamen er kleine belletjes vrij toen ze de cider in twee kristallen flûtes schonk. Er was nog zoveel te doen; in haar gedachten liep ze haar lijstje af. Er kwam ontzettend veel kijken bij een trouwerij, zelfs als het een bescheiden bruiloft was. Alles moest perfect getimed worden. De kleinste kink in de kabel kon een bruiloftsfeest verpesten.
Diep in gedachten zette Autumn de fles terug in de ijsemmer en pakte de twee glazen. Ze draaide zich om en kwam bijna in botsing met een brede borstkas, gehuld in een wit overhemd, blauwgestreepte das en donkerblauw jasje. Haar leren map viel op de grond toen ze haar blik oprichtte. Deze ging via de dasknoop, de brede kaaklijn en zachte lippen en de iets gebogen neus tot hij belandde bij de twee hemelsblauwe ogen.
Van dichtbij was Sam nog knapper dan van een afstand. Net zo knap als toen Autumn hem voor het eerst zag, in een drukke club in Las Vegas. Een lange, blonde, blauwogige god, die rechtstreeks uit de hemel scheen te zijn gevallen. De neus, het litteken op zijn hoge jukbeenderen en de ondeugende glimlach hadden haar moeten waarschuwen dat hij geen engeltje was.
Ze kreeg een raar gevoel in haar buik, maar gelukkig had dat niets te maken met boosheid. Ook hoefde ze de neiging om hem een trap in zijn ballen te geven niet te onderdrukken. Ze mocht dan een hekel hebben aan Sam, hij had haar wel het mooiste gegeven van haar hele leven. Ze wist niet wat ze zonder Conner zou moeten. Daar kon ze niet eens over nadenken. Dat was de enige, maar dan ook de enige reden dat ze een glimlach op haar gezicht plakte. Dezelfde glimlach die ze bewaarde voor bruidjes die witte tijgers op hun bruiloft wilden, of in een roze draagstoel naar het altaar wilden worden gedragen. Ze zou aardig blijven, koste wat het kost.
En dat zou zomaar heel veel kunnen zijn.